Omgeving en eierstokkanker

Veel mensen vinden het moeilijk om te praten over hun angsten en gevoelens rondom kanker en doodgaan. Toch is het erg belangrijk dit te doen. Vertellen dat u eierstokkanker hebt en welke gevoelens dat bij u veroorzaakt, heeft een positief effect op uzelf en op uw omgeving. Wees niet bang om anderen met uw verdriet te belasten, maar realiseert u zich wel dat ieder op zijn eigen manier zal reageren en dat reacties uit uw omgeving u soms kunnen kwetsen of dat u sommige mensen daarna minder zult zien.

Sommige mensen zijn bang om contact te hebben met iemand met kanker. Dit komt vaak omdat zij zelf niet goed kunnen omgaan met ziekte en dood, en uw ziekte hen daarmee confronteert. Anderen weten niet wat zij moeten zeggen, omdat zij de woorden niet kunnen vinden. Een handreiking van uw kant om openlijk te bespreken wat er aan de hand is, maakt het voor deze mensen gemakkelijker.

Kinderen vertellen over eierstokkanker

Het is verstandig ook met jonge kinderen te praten over uw eierstokkanker op een manier die bij hun leeftijd past. Kinderen hebben namelijk hele goede voelsprieten en voelen altijd dat er wat aan de hand is. Als ze echter niet weten wat er precies is, gaan ze zelf verklaringen verzinnen voor de dingen die ze toevallig horen of merken. In de praktijk is gebleken dat kinderen meer te lijden hebben van geheimen en hun eigen fantasieën daarover, dan van het zo rustig mogelijk bespreken van de werkelijkheid, zelfs wanneer dit betekent dat hun moeder (misschien) dood gaat. Dit neemt niet weg dat het verstandig is om de informatie te doseren, niet op zaken vooruit te lopen, maar aan te passen aan de situatie van dat moment. Hierbij mag best even gehuild worden, het is immers logisch dat u verdrietig bent.

Tips voor partners, familie en vrienden

Partners, familie en vrienden kunnen de ziekte, pijn en angst bij de patiënt niet wegnemen. Toch kan men door oprechte aandacht en praktische zorg veel steun geven. Blijf betrokken bij elke stap in het behandelingsproces. Ga mee naar de afspraken bij de arts, probeer (een keer) mee te gaan naar een chemokuur. Dit soort dingen zorgt ervoor dat de patiënt zich minder eenzaam voelt met haar ziekte. Probeer de patiënt wel haar zelfstandigheid te laten behouden; laat haar zelf beslissingen nemen en neem haar niet alles uit handen. Het is belangrijk dat partners en gezinsleden van patiënten ook goed voor zichzelf blijven zorgen en zoveel mogelijk de dingen blijven doen die men al deed voor de ziekte zich voordeed, bijvoorbeeld sporten of activiteiten met vrienden. Zoek waar nodig zelf steun bij familie of vrienden.