Chirurgie bij eierstokkanker

Vrouwen bij wie eierstokkanker wordt vastgesteld, worden bijna altijd eerst geopereerd (chirurgie bij eierstokkanker). Onder andere de eierstokken, eileiders en de baarmoeder worden chirurgisch verwijderd. Een enkele keer kan een zogenaamde fertiliteitsparende operatie worden verricht bij vrouwen die nog een kinderwens hebben. Na de operatie start meestal een behandeling met chemotherapie. In sommige gevallen wordt besloten om te starten met chemotherapie en pas daarna een operatie uit te voeren.

Stadiëring bij eierstokkanker

Pas tijdens de operatie kan het precieze stadium van de eierstokkanker vastgesteld worden (zie buikoperatie). Uit de biopten die tijdens de operatie genomen worden, wordt ook de gradering van de kanker vastgesteld (laaggradig, intermediair, hooggradig). Het stadium (en in een laag stadium ook de gradering waarin de eierstokkanker zich bevindt) bepaalt of er chemotherapie wordt gegeven en in welke vorm. Soms is het niet mogelijk om het precieze stadium te bepalen. Men spreekt dan van niet-complete stadiëring. Lees hier meer over de verschillende stadia van eierstokkanker.

Bijwerkingen bij verwijdering van de eierstokken

Het verwijderen van de eierstokken leidt er toe dat de vrouw vervroegd in de overgang komt en daarbij behorende klachten krijgt, zoals opvliegers. Ook kan verwijdering van eierstokken en baarmoeder maken dat een vrouw zich anders voelt en kan het bij ongewenste kinderloosheid veel verdriet geven. De seksuele beleving kan veranderen, omdat de vagina droger is na verwijdering van eierstokken. Lees hier meer over de psychosociale gevolgen van eierstokkanker.